Situatie
Analyse van de situatie van straatkinderen in India, Orissa en het Ganjam district
Wat zijn straatkinderen?
Straatkinderen in India zijn dakloos of omdat hun familie dakloos is door armoede of migratie, of zij zijn verlaten, zijn wees geworden of van huis weggelopen. Sommige hebben 's nachts wel onderdak, maar zwerven overdag de hele dag op straat. Deze groep heeft onderbroken contact met vaak alleen de moeder of een oudere zuster.
Misbruik
Veel kinderen zijn van huis weggelopen omdat ze mishandeld of seksueel misbruikt werden. Ze hebben een emotioneel litteken, lijden aan trauma's en geven zichzelf vaak de schuld voor hun mishandeling.
Baantjes/ bezigheden
De kinderen leven voornamelijk van vuilnissorteren, bedelen, stelen en prostitutie, tabak verkoop, verkoop van kleine producten, het schoonmaken van voertuigen, zeevisserij, constructie en het werken in kleine industriele ondernemingen of hotels. Gemiddeld verdienen ze 30 tot 40 rupees per dag (€0,5). Uit onderzoek blijkt dat 57% van de straatkinderen analfabeet is.
Geslachtsdiscriminatie
Het percentage geaborteerde, verlaten, verwaarloosde en ondervoede meisjes is hoger dan het percentage jongens omdat meisjes minder gewenst zijn ivm de verantwoordelijkheid van de ouders voor de bruidschat en het vroeg verlaten van het ouderlijk huis na het trouwen. In India ligt het sterftecijfer van 0-4 jaar bij meisjes 7% hoger dan bij jongens (in W-Europa ligt dat 28% lager). Het geboortecijfer van meisjes ten opzichte van jongens ligt laag in India: 927 meisjes op 1000 jongens en in Orissa nog lager namelijk 909 op 1000.
Gezondheid
50% Van de kinderen in India is ondervoed. Bij straatkinderen ligt dit pecentage veel hoger. Ze zwerven rond tussen het vuil, dieren, open riolen en spoorwegen onder onhygiënische omstandigheden. Ze zijn blootgesteld aan rook, zon, regen en kou. Ze lijden vaak aan uitputting, verwondingen, spier-en bot ziekten en staan bloot aan gevaarlijke chemicaliën.
Het perctage AIDS besmettingen is nog onder de 0,7% maar riskeert hoger te worden. Andere ziekten waar de straatkinderen vaak aan lijden zijn: astma, huidziekten, aambeien, TB, lepra, typhus, malaria, geelzucht, lever-en nier storingen, aderziekten (bij oudere kinderen), schurft, verrotting, gebroken ledematen en epilepsie.
De gemeente- en overheidsziekenhuizen laten de kinderen vaak niet binnen hoewel ze vrije behandeling behoren te geven.
Kinderarbeid
Kinderarbeid komt overal in India voor. Volgens de statistieken van de Indiase regering zijn er 20 miljoen kinder arbeiders, andere bronnen geven 50 miljoen aan. Men zegt dat de hoofdoorzaken hiervan armoede en overbevolking zijn. Ouders laten hun kinderen riskante baantjes doen ondanks dat ze weten dat het fout is.
De Indiase regering heeft een wet in het leven geroepen die kinderarbeid als illegaal verklaart, behalve in familiebedrijven. Fabrieken glippen vaak door de mazen van deze wet door kinderen als bijv. verre familieleden te registreren. Op andere plaatsen worden controleurs met steekpenningen tevreden gesteld.
In het Ganjam district zijn er ongeveer 48.000 straatkinderen, waarvan 57% meisjes. De meeste straatkinderen zijn er in de regio Hinjilikatu. De kinderen vinden vaak zelf een baantje maar dat is meestal tijdelijk en zo staan ze elk moment weer op straat. Een onderzoek toont aan dat 39,3%onderbetaald is en 34% gedwongen tot overwerk. Sommige kinderen worden in werkkampen geleid, waar ze niet meer uit kunnen ontsnappen, geïntimiteerd door wrede bemiddelaars en eigenaren.
Analyse van straatkinderassistentie in Ganjam
In februari 1993 is er door het Indiase ministerie van Volksgezondheid een "Plan voor begeleiding van straatkinderen" opgesteld onder druk van plaatselijke en internationale NGO's. Er werd een stichting voor het welzijn van straatkinderen opgericht: the National Street Children Project (NCLP). Uiteindelijk werden er 19 nieuwe scholen opgericht in het Ganjam district. Er zijn momenteel 35 scholen onder initiatief van NGO's in de gemeente van Berhampur (hoofdstad van Ganjam).
Uiteidelijk bleek dat veel NGO's zich slechts in hadden gezet om overheids- subsidies te ontvangen en niet gaven om het lot van de kinderen. Oprechte NGO's hebben niet om fondsen gevraagd vanwege onbegrip van overheden en vanwege onvoldoende flexibiliteit van overheden, die de NGO's nodig hebben bij het werk met straatkinderen. Het profiteren door onbetrouwbare NGO's zet zich zodoende voort en er is geen andere vorm van overheidsassistentie. Dus het NCLP blijkt uiteindlijk een gebrekkig programma.
Donatie Thermometer



06/09/2011




Deel ons met anderen


